![]() |
|
Het lied van de stormwind
De wind die waait weer bar en boos,
die komt met windkracht negen
uit ’t noordwesten aangestormd
en niemand houdt ‘m tegen.
Een laatste fietser kromt z’n rug
en doet z’n best te trappen,
maar de wind loeit: Hoei, ik blaas je omver
als jij niet af wilt stappen!
Er zwiepen takken door de lucht
en deuren en ramen kraken
en hoog en ijl klinkt ’t zingen van
de antennes op de daken.
En waar de wind over ’t water raast,
daar schuimen witte koppen
alsof een reuzemixer daar
de boel staat op te kloppen.
Maar eindelijk heeft de wind genoeg
van al dat woeste waaien
en wil weer vriendje met je zijn
en je over de wangen aaien.
Hans Andreus